
Het applaus houdt maar niet op.
Hij buigt nog een keer, terwijl hij weet dat hij zo meteen gaat zeggen wat niemand in de zaal wil horen.
De afgelopen nacht deed hij geen oog dicht. De show moest doorgaan, daarover bestond geen enkele twijfel. Maar moest hij het vertellen? En, zo ja, van tevoren of pas na afloop? Uiteindelijk nam hij geen besluit. Althans, hij besloot het over te laten aan zijn intuïtie.
Nu was het moment dan aangebroken. De show ging overigens verrassend goed, ondanks het slaapgebrek. Het publiek leek eerst wat tam, al waren de eerste drie grappen ook wel erg flauw. Het was de vierde grap waarmee hij de toeschouwers op zijn hand kreeg; iets met het Nederlands elftal en strafschoppen. Vanaf daar was het eigenlijk smooth sailing. Op de grap over Argentinië en de link met de nazi’s na dan. Die ging wellicht iets te ver.
Dat de voorstelling een succes is geweest, maakt dit moment er niet makkelijker op. Sterker nog, het publiek zou zich nu juist extra bedrogen kunnen voelen. Het applaus zwakt wat af en hij brengt de microfoon weer naar zijn mond.
”Dankuwel, dankuwel. Aan het begin was ik een beetje bang voor jullie, moet ik eerlijk toegeven. Vooral voor de meneer op rij 2 daar, in het midden. U lijkt sprekend op mijn wiskundeleraar uit de vierde van het gymnasium.”
De man op rij 2 lacht ongemakkelijk mee met de rest van de zaal.
”Gelukkig besefte ik op tijd dat u hem niet echt kon zijn. Ik ben immers stiekem naar zijn begrafenis gegaan om zeker te weten dat hij ook echt tussen zes plankjes ligt.”
Nu zit ook de man op rij 2 te schaterlachen. Zijn vrouw heeft het niet meer. De tranen rollen over haar wangen.
Zie je wel, denkt de cabaratier. Ik kan het nog.
”Ik moet jullie iets bekennen.” Zijn toon is plotseling serieus.
”Ik heb hulp gehad bij het maken van deze show. Van een goede vriend. Velen van jullie zullen hem kennen. Zijn naam is Albert Isaac. Mijn inspiratie was op en de deadline van de show kwam dichterbij. In plaats van aan mijn grappen te werken, zat ik steeds naar van die stomme korte filmpjes te kijken. Je knippert een keer met je ogen en je bent ineens drie uur verder. Jullie weten wat ik bedoel.”
Het publiek knikt instemmend.
”En dan was daar Albert Isaac. Hij heeft altijd inspiratie, zolang je hem maar de juiste dingen vraagt. Eerst gebruik je hem alleen om een beetje te sparren. Je weet wel, ideeën testen, bevestiging zoeken. Best handig, af en toe. Maar al snel besteed je alles aan hem uit. Dat is de aard van het beestje. Het is die eeuwige menselijke neiging om te kiezen voor gemak boven frictie die door Albert Isaac perfect wordt uitgebuit. En het ergste is dat je het weet. Je weet precies wat hij doet, die Albert Isaac. Hij slurpt niet alleen energie en grondstoffen, maar hij zuigt ook je hersens door een rietje naar buiten. Cognitieve atrofie, noemt men dat. Het was die grap zojuist, over de wiskundeleraar, die mij weer liet voelen wat ik al lang niet gevoeld had. Dat was improvisatie. Dat was creatie. Dat was menselijk.”
Er heerst plostseling een ongemakkelijke sfeer in de zaal. Het publiek lijkt hem niet te begrijpen. Gerard op rij 4 maakt zo vaak flauwe filmpjes met behulp van Albert Isaac. En Marjola helemaal achterin vindt het heerlijk dat zij Albert Isaac kan vragen om haar lessen Nederlands voor te bereiden. De toeschouwers hebben een leuke avond gehad. Daar draait het uiteindelijk om, toch?
Het bleef nog lang oorverdovend stil.
Log in om te reageren
O dat is wel wrang: artiest besluit eerlijk uit te komen voor gebruik van AI (leuk, die initialen!), en laat zien het ook nog zonder te kunnen - zijn hersens zijn nog niet helemaal verweekt. Maar het publiek reageert lauw: Wat is je punt? Wij willen brood en spelen, maakt niet uit hoe. De verweking ...
Een prachtig en gelaagd verhaal! 'Albert Isaac' is slim gekozen en de spanning tussen menselijke creativiteit en het gemak van AI voel je in elke regel. Dat hij pas tijdens de voorstelling weer voelt hoe improviseren is, vind ik heel sterk. Eén kleine suggestie voor de afwerking: Aan het slot ...